There are no translations available.
Donderdag 25 januari 2007
En dan is het zover! Na weken voorbereiding ga ik op weg naar Atjeh, Indonesië. We vliegen om 12.00 uur met Malaysian Airlines via Kuala Lumpur naar Medan en dan het laatste stukje naar Banda Aceh.
Om 08.15 uur halen we Wendy op. Ze is in een ontspannen bui, maar als ze afscheid neemt van de kinderen wordt het even te veel. Tranen vloeien. Mij wordt dat nog 2 uurtjes bespaard.
We hebben wel veel bagage, naast een aantal kilo’s die we al van Malaysian hadden gekregen bleven er nog een paar over. De medewerkster van de KLM haalt haar hand over haar hart voor het goede doel, alles mag mee, joepie.
Na een bakkie is het afscheid daar. En daar komen dan ook mijn traantjes. Ik zeg tegen Marc dat hij niet meer moet blijven hangen en weggaan. Mayenne zwaait en zegt dada! Slik...
Diep in mijn hart weet ik dat ik hieraan goed doe, dat dit iets is waar veel mensen beter van worden, ik, mijn gezin, de wezen, mijn omgeving, allemaal. Als ik eenmaal in het vliegtuig zit overvalt me een diep gevoel van rust. Het vliegtuig taxiet weg en het is goed zo.
Vrijdag 26 januari 2007
We kwamen op tijd aan in Kuala Lumpur en vlogen na twee uurtjes door naar Medan.
De douane was voor Nederlandse begrippen een lachertje. We waren nog niet door de douane of onze bagage werd afgepakt door een handje vol bagage medewerkers. Er werd veel geroepen en getrokken. Dat was even wennen. Wij moesten achter onze bagage aanrennen voordat die al buiten stond. Op een gegeven moment was ik dat zat en riep ze ferm tot orde STOP! WACHTEN. Eerst maar eens even met Wendy in overleg wat we gaan doen. Ondertussen was er ook een man aangekomen die engels sprak, dat scheelt, maar die beste man ziet natuurlijk ook 2 westerse vrouwen aankomen, waar waarschijnlijk wel een slaatje uit is te slaan. Maar goed, ik was al lang blij dat er iemand was waar we ons mee verstaanbaar konden maken. We hadden 7 uur in Medan voordat onze laatste vlucht door zou gaan naar Banda Aceh. Dus besloten we lekker toeristje te gaan spelen. De engels sprekende man was natuurlijk gaarne bereid onze gids te zijn. Daar voelden wij wel wat voor en gingen in overleg voor een eerlijke prijs. Of we die hebben gekregen zullen we waarschijnlijk nooit te weten komen, maar 10 euro per uur incl. taxivervoer leek ons alleszins een redelijk bedrag. Na een aantal keren onze afspraak te hebben bevestigd waren we op weg.
We wilden de lokaliteiten meemaken, dus gingen we naar een lokale groothandel. Dat was wat we zochten. Allemaal soortgelijke groothandels zijn ondergebracht in een straat. Voor onze begrippen zijn het geen winkels meer, maar schuren. Denk maar aan de Albert Kuyp. Dit doe je echt niet als "toerist" alleen! Overal werden we aangeroepen Mister Mister! Waarschijnlijk het enige woordje engels wat ze spreken. In de eerste winkel zag Wendy een gitaar. Dat leek ons een goed idee. Wendy gaf aan te onderhandelen, maar 15 euro voor een gitaar leek mij een koopje. Wendy is echter bekender met de Indonesische cultuur en gaf aan dat je altijd moest onderhandelen. “Doe jij dat dan maar”, zei ik tegen haar, want ik heb het gevoel de mensen af te zetten, voor iets zo goedkoops. Onze gids hielp een handje mee met de vertaling en uiteindelijk liepen we met een gitaar voor 12,50 de deur uit. Ongelofelijk! In de volgende winkels ging het net zo, schriftjes, klamboes, speeltjes, een jurkje voor de meiden, alles in onderhandeling, al was het voor 50 cent minder. Ik ben daar niet goed in. In de auto vroeg ik onze gids hoe het zat en inderdaad, onderhandelen hoort erbij.
Het verkeer is er hels.
De maagjes kregen trek en we hadden al gehoord dat Medan een superlekkere Soto Ajam heeft (kippensoep met alles erop en eraan). Op ons verzoek nam de gids ons mee naar een eettentje, hoe het eruit zag? Laten we zeggen, dat een Nederlands buurtfeest hier waarschijnlijk een sjieke party is. Natuurlijk werden we aangestaard, wat doen twee blanken in zo'n tentje? De gids had het helemaal goed, na enige uitleg van hoe het hier gebruikelijk wordt gegeten, lieten wij de soep met rijst en een soort aardappelkoekjes heerlijk smaken.
Daarna was het wel tijd om weer terug te gaan naar de luchthaven voor het laatste stukje vliegen naar Atjeh. Op de luchthaven hadden we onze bagage even laten bewaken door een bagage incheckpersoon. Kosten 5 euro.
Voor alles wordt betaald. We zien de flappen over en weer gaan en vragen soms af, waarom nu weer. Tijdens onze toer door Medan werd iemand die het verkeer tegenhield zodat wij konden wegrijden betaald, parkeerwachters worden extra betaald naast het parkeerkaartje, iemand die je karretje duwt etc. Wij hadden bij aankomst in Medan geen idee hoeveel nu gepast is om te betalen en aan het eind van de dag weten wij dit nu nog steeds niet.
De vlucht naar Atjeh was bijna vol en......bijna alle vrouwen droegen hoofddoekjes, wat zou ons daar te wachten staan?
Bij aankomst stonden er al twee mannen te wuiven, dat moesten onze ophalers, pak Andry, zijn. Het kan ook niet missen, twee blanke vrouwen in dit gebied. Eerst weer de bagage halen en natuurlijk weer de hulpzame hand van een bagagemeneer. De auto was luxe en airconditioned, fijn, want het was er drukkend warm. Natuurlijk meteen onze vragen op hem afgevuurd en wat wij wanneer konden doen.
Er werd gesproken over de Tsunami, maar we vielen stil toen ons werd verteld dat dat aan de rechterkant een massagraf was van 40.000 mensen. En zo waren er verschillende.
Ik kan moeilijk in woorden uitdrukken wat het met je doet als je daar staat en de wind blaast vanaf het veld in je gezicht. Het voelt alsof duizenden stemmen je in stilte voorbijgaan.
Na veel gehobbel en bobbels kwamen we aan bij het weeshuis, de wegen zijn heel slecht en het verkeer kun je niet voorstellen als Nederlander. Alles zigzagt door elkaar heen, desnoods even op de verkeerde helft tegen elkaar in, veel getoeter en van alles op de brommer, hele families met kinderen een baby’s. Het getoeter is echter niet van agressieve aard, zodat dat bij ons vaak het geval is. Het is puur ter waarschuwing, “pas op ik kom eraan”, maar verder geen ophef.
We werden aan de staff voorgesteld, die bestaat nu uit 3 vrouwen. Hoeveel jongetjes wisten we niet, want de buurt leek uitgelopen om te zien wat er gebeurde! Ibu (mevrouw) had een baby’tje. Op onze vraag van wie die was, werd verteld dat dit de nieuwste aanwinst was van het weeshuis, daar sinds 4 dagen oud, achtergelaten door zijn moeder. We hielpen het beiden niet droog. De kleine heeft het echter helemaal niet slecht! Alle mannen en jongens dragen hem in het rond, aandacht genoeg!

Onze kamer is een deel van het kantoor afgescheiden door een paar kasten, het ziet er best uit en de bedden liggen prima. De badkamer is een ander verhaal. Er zit een bodemwc in (dus hangen) en een mandi, een soort mini badkuip met water waar je al het water voor je gebruik uitschept. Aangezien ons dat in deze hitte niet zo’n geweldig idee lijkt om daar mee aan de gang te gaan gebruiken we het alleen maar om de wc mee te spoelen. Helaas ligt de stroom eruit dus kunnen we ook geen vers water tappen. Helaas dus nog geen "douche" voor ons vanavond.
De avond bracht ons wel veel sfeer en gezelligheid, naast dat Ibu Dewi van het andere weeshuis (Media Kasih) ons kwam bezoeken hebben we de avond doorgebracht in kaarslicht met tientallen tjiktjaks op de kamer (een soort hagedis) en wat grondkruipers.
Ibu Dewi is degene die de zorg heeft van Media Kasih (en heeft opgericht) en is van de week ook gevraagd zorg te dragen voor Weeshuis Atjeh, zo begrijp ik. Ze spreekt redelijk goed engels evenals haar dochter die ze mee heeft.
We bespreken wat de beste weg van aanpak is. Omdat zij nog maar tot zaterdagmiddag in Atjeh is, besluiten we de volgende dag eerst naar haar weeshuis te gaan.
We praten verder wat met Pak Andry over weeshuis Atjeh. De jongens die er zitten, momenteel 14, hebben allemaal hun ouders in de tsunami verloren. Het weeshuis heeft nu plek voor 20 jongens, maar door gebrek aan middelen is dit nu het aantal wat ze kunnen accommoderen. Een ander gedeelte is nog in aanbouw, voor de meisjes die nu nog in barakken zitten en de eetkamer. Alles eromheen ligt verder nog braak. Er is weinig ruimte om te spelen. Er is een waterput waar de jongens zich mee.
Voor hun begrippen is waar ze wonen waarschijnlijk mooi, maar voor onze begrippen is dit nog geen 2 jaar oude gebouw al aardig verweerd, het zal de opleveringskeuring nooit halen.
Zaterdag 27 januari 2007
We werden om 08.00 uur opgehaald door Fauzie en zijn nichtje Anyou die heel goed engels sprak. We zijn eerst naar het weeshuis van Ibu Dewi geweest en daarna na 2 scholen geweest. Natuurlijk was er weer grote ophef daar tijdens ons bezoek. Kinderen roepen en trekken aandacht. Er wordt gezwaaid, gegild en gejoeld.
De tweede school zat in een moskee. Zodra we door de poort reden werden wij meteen weer naar buiten gebonjourd. Niet de juiste kledij! Dichtbij was een markt er daar werd ons onder luide goed- en afkeuring door de aanwezige kooplui een hoofddoek aangemeten. Mijn armen waren nog niet bedekt dus ik kreeg ook nog eens mouwen! Marktman was nog steeds niet tevreden met het shirt van Wendy, haar 3/4 mouwen konden absoluut niet door de beugel. Ibu Dewi was van andere mening gedaan en we togen naar binnen.
Zodra we buiten het hek waren kon de hoofddoek en de mouwen weer af/uit, gelukkig, het was best warm.
Daarna kregen we een tour door de stad. We zijn bij een schip geweest dat door de tsunami midden in de stad was verplaatst. Het schip fungeerde als elektriciteitscentrale en nu werd het ook maar ervan gehaald, alleen nu met verminderde capaciteit. Zodoende dus de afwezigheid van stroom gisteren. Ze schijnen zo nu en dan delen van de stad van stroom af te sluiten. Het was een imposant gezicht want het was een enorm schip. We liepen eromheen en aan de voorkant zagen we nog een deel van een auto steken. Het schip was op een huis beland en het vermoeden is dat eronder nog 20 mensen liggen.
Het is onvoorstelbaar dat er een golf zo groot is dat het 4 kilometer landinwaarts komt en een schip van deze grote meedraagt.
Nog even naar het strand gereden. In zee zwemmen doen ze hier niet, tenminste niet als je ouder bent dan zo'n 15 jaar. Het water was heerlijk en verleidelijk, maar ja, wij zijn natuurlijk alweer een stukje ouder dan 15. Met dit weertje zou bad Atjeh in Nederland helemaal vol hebben gelegen. Toen de tsunami toesloeg op een zondag was het strand vol....
We verdelen de kadootjes over de weeshuizen en delen alvast de spullen van Atjeh uit. Dat wordt gretig aangenomen. In het weeshuis van Ibu Dewi zitten 50 kinderen met verschillende achtergrond. Het blijkt dat het baby’tje dat we in weeshuis Atjeh hebben gezien hier hoort, genoeg moeders voor hem. Het is er druk en we worden afwachtend aangekeken. Als ik voorzichtig start met fotograferen wordt er nog wat schichtig gedaan. Als ik de foto's laat zien wordt er flink gelachen, nou zeg, zo slecht zijn ze toch ook weer niet?
Ik deel ballonen uit. Een karweitje dat de kraaien in hun losmaakt. Ze worden meteen verstopt, niemand blaast ze op totdat ik met gebarentaal duidelijk maak dat ze ze moeten opblazen. Dan komen ze wat los.
Wendy en ik gaan over tot het verdelen van andere kadootjes. Met de knuffeltjes die we van Cindy hadden meegekregen. Wendy wilde de jonge kinderen er een geven, maar nadat ze er een had weggegeven gingen er vele handjes de zak in en even zo snel had ze een lege zak in haar hand. Dat was wel een beetje triest, want zo hadden enkele jonge kinderen nog geen knuffel. Daarna de andere kadootjes. Dit werd wel een beetje heel opdringerig. Nog voor ik potloden uit de verpakking had gehaald werden ze al mijn handen gegrist. We besloten te stoppen, want het werd iets te gevaarlijk.
Nadat Ibu Dewi weg was kregen we haar kamer en badkamer. Erg luxe voor hun begrippen, er was zelfs een gewone wc en een douche! Oh, wat keken we uit naar een douche. We hadden nu 3 dagen niet gedouched en we konden het jeukende zout van ons lichaam wrijven. Helemaal verkwikt kregen we ons avondmaal. We genieten duidelijk een bepaalde status, want de tafel was voor ons speciaal gedekt. En verder alle rust om ons heen, iedereen had zich terug getrokken.
Na het avond eten, ging Wendy verder met een paar kinderen de foto's uitzoeken. Niet het allerleukste werkje, omdat iedereen om je heen zit en het snel broeierig wordt. Maar iedereen wil natuurlijk de foto's al zien. Na het avond eten, wat overigens overal en nergens gebeurd, dus niet gezamenlijk, gaan de jongens en meiden hun eigen weg. De deuren gaan dicht. Toch doen de meiden hun hoofddoeken niet af. Sterker nog, toen ik na het avondeten even een kamer inliep waar een aantal meiden zaten te eten. Schrokken ze enorm en zochten snel hun hoofddoek, ik voelde me meteen wat bezwaard, dat ik hun rustige samenzijn verstoorde.
Nadat iedereen had gegeten, werd er gebeden. De meiden droegen allemaal een wit gewaad. Ik vond het mooi om te zien en te horen, daarna zingen. Ik heb foto's van het bidden gemaakt, maar nu leek iedereen op elkaar.
Na het bidden haalde ik maar de vouwpapiertjes te voor schijn en ben met ze gaan vouwen, dat viel in de smaak. Ook vroegen ze of ik Nederlandse liedjes wilde zingen, dus haalde ik mijn kinderliedjesarsenaal maar uit de kast. Ze waren heel leergierig en dat bleek ook toen ze vroegen of ik ze engels wilde gaan leren. We hebben een eenvoudige conversatie gedaan. Toen ik vroeg wat ze wilden worden, wilde de helft doktor worden. Ik heb ze nog niet gevraagd naar de reden waarom, maar kan zo wel iets bedenken waarom. 1 wilde fotograaf worden :-). Ze vroegen of ik kon dansen en het leuk vond, ja. Waarop Wendy vroeg of ze zin hadden om te dansen en muziek hadden (onze Cd van Madonna en Christina Aguilera leek ons niet zo geschikt). Er werd wat typische cultuurmuziek gehaald en de meisjes gingen dansen, ze hadden de grootste lol, vooral toen Wendy en ik ook mee gingen doen.
Zondag 28 januari 2007
De volgende ochtend stond het ontbijt al klaar, zoete broodjes. Die maken ze hier zelf en speciaal voor ons gingen ze die ook bakken vandaag, want normaal doen ze dat niet zondags. Kijkend naar de ingrediënten zijn het werkelijk zoete broodjes, schep-pen suiker en dikke lepels boter. OK, dus niet zo gezond, maar wel heeeeel erg lekker. Ze doen echt alles hier met z'n allen, van het bakken tot het inpakken. Er is wel een duidelijke verdeling van het werk, bakken voor de jongens, inpakken voor de meiden. Ik heb dus toen alle broodjes klaar waren om in te pakken, braaf meegeholpen, met z'n allen is dat zo gebeurd. De broodjes worden door hun verkocht voor 400 rupia, omgerekend 4 ct per broodje, in de winkel betaal je 1000 rupia per broodje. Dus de marge is meer voor de winkelier dan voor de bakker. Ik heb even geteld hoeveel broodjes ze ongeveer bakten en hoeveel "winst" ze dan hebben. 750 broodjes komt neer op 300000 rupia, dus 30 euro. Hier hebben dan zo'n 20 kinderen aan gewerkt. Ik heb gevraagd of ze winst hebben en wat ze ermee doen, maar er is praktisch geen winst. Wel wordt de opbrengst verdeeld, tussen de kinderen die meewerken. De ovens enzo hebben ze wel gedoneerd gekregen van een fabrikant, dus daar zitten gelukkig geen kosten. Maar de omzet is net genoeg om de ruwe materialen te betalen.
Verder pratend over wat men hier zoal verdient, kreeg ik te horen dat modaal zo'n beetje 100- 150 euro per maand is. Verder kost het leven hier natuurlijk niet veel.
Toen de broodjes klaar waren kregen we een paar hete broodjes. Dit was het moment om de overheerlijke Nederlandse hagelslag en pindakaas tevoorschijn te halen. In het begin werd er afwachtend gekeken en geproefd. Het viel snel in de smaak, want er werden meer broodjes en messen gehaald. Binnen 5 minuten was alles op. Ik denk dat ze het wel lekker vonden...
De hele dag verder foto's gemaakt, het werd bijna lopende band werk. Wendy werkte zich in het zweet om met de kinderen de foto's te sorteren. Alles loopt door elkaar heen en vooral met de hoofddoekjes is de herkenning moeilijk. Ze hadden er zin in en iedereen moest met iedereen op de foto. Er werd geposeerd en gek gedaan. Totaal 1600 foto’s gemaakt.
‘s Avonds werden we uitgenodigd voor een feestje bij een weeshuis van een Maleisische organisatie. Ze hadden gehoord dat wij in Atjeh waren en wat wij hier deden. We waren niet zeker hoe officieel het was. Ik had gelukkig nog wel iets redelijks nets, maar wilde toch zeker weten, dat ik zo naar binnen kon of dat ik ook een hoofddoek om moest. Het bleek geen probleem te zijn. De vrouwen zaten bij elkaar te eten.
Er werden toetjes neergezet en werden we weer vol verwachting aangekeken door de lokale oudheden. Beleefd namen we een cakeje maar de pap wilden we toch eigenlijk laten staan. Dat dachten we. Er werd keurig voor ons opgeschept en neergezet, eat, eat. Het was niet vies, maar het viel wel behoorlijk zwaar op de maag.
We kregen nog een rondleiding door het weeshuis. Het was een enorm weeshuis en zag er heel verzorgd uit. Wel was degene die het water verzorgt bij de ceremonie aanwezig, waardoor de controle voor het overlopen van de tank er niet weer was. Dat had geresulteerd in een geweldige lekkage in de slaapkamers. Ze liggen er letterlijk en figuurlijk niet wakker van. Even dweilen en klaar is kees.
Daarna werden we een hoge meneer uitgenodigd om nog even na te praten. Hij sprak prima engels en sprak wijze woorden. Ondanks dat hij zelf heel conservatief moslim is en het weeshuis daarin een megastrak regime heeft, respecteert hij andere overtuigingen volledig. Het feit dat iemand iets doet voor een ander, onvoorwaardelijk, is voor hem genoeg om te respecteren. Hij straalde rust uit en ik was erg de indruk van zijn levensvisie. Ik voelde mij ondanks dat ik westers ben, volledig geaccepteerd en hoefde mij niet anders voor te doen.
Het afscheid van de vrouwen was bijzonder en was wat ongemakkelijk. Sommige vrouwen namen emotioneel afscheid van elkaar en Wendy en ik keken elkaar aan, en wij? De vrouwen gingen achter elkaar de rij af, gelukkig hadden we snel door dat als je een onbekende bent het voldoet om elkaars handen even vast te houden. De kinderen pakken je hand en doen hem even tegen hun voorhoofd.
Het viel ons op dat als er over de tsunami wordt gesproken er ook veel wordt gelachen om de belevenissen. Het verhaal van Fauzie die met zo'n 7 nichten op de brommer wegscheurde met het water vlak achter hem, werd verteld als een grote mop. Ondertussen was er een andere motor naast gekomen en al rijdend sprongen de vrouwen over. Bizar.
Maar telkens als iemand iets vertelt over iemand die hij heeft verloren of iets heeft meegemaakt op bijzondere wijze werd er gelachen. Wendy vroeg waarom. Het was de manier om er mee om te gaan vertelde Anyou ons. Wat moest je dan...
Maandag 29 januari 2007
‘s Ochtends tijd om foto's te sorteren, wat een karwei! Na zo'n twee uur is de batterij van de laptop weer leeg dus hebben we pauze.
De jongens komen weer van school ( schooltijden zijn van 08.00 tot 12.00 uur) en het valt ons op dat ze zich vreselijk vervelen. Ze doen niets en hangen een beetje rond. Hoe kunnen we zo nou leuke foto's van de jongens maken, als ze maar aan het niksen zijn. Irawan had ons laten zien dat de tafeltennisbatjes kapot waren (daar kwamen we met ballen uit Nederland, kunnen ze nog niets doen). We stelden dus maar voor om te gaan kopen. Het net was ook kapot dus die ook maar en verder nog twee badmintonrackets met shuttles. Nu zouden de leuke foto's wel komen.
Het voorstel om nog even naar het strand te gaan vonden we een prima idee. 7 jongens gingen mee, daar hadden ze een lol, voetballen, volleyballen en zwemmen. Eindelijk leuke ongedwongen foto's.
Onderweg vroegen we zo goed als we ons verstaanbaar konden maken over de tsunami. Het gebied waar het strand lag was als eerste getroffen. Je zag daar nog wel de sporen van. Op de vraag hoe hoog het water dan gekomen was schrokken we toch wel, we konden het niet bevatten, zo hoog. Erheen rijdend zit de gedachte van het water steeds in mijn hoofd.
Het was dezelfde zee, die hun ouders had afgenomen…
Decadent als we zijn douchen we ons nu met flessen water, met een randsoen van 1 fles per beurt. We durven het niet het putwater te gebruiken. Voor de bewoners, geen punt, maar onze buiken hebben het vandaag niet naar hun zin. Waarschijnlijk iets van het eten, want we voelen ons verder goed.
Ik vraag pak Andry nog even over de stroom. Het schijnt dat er iets is met de straatvoorziening en omdat het energiebedrijf het nu superdruk heeft kan het nog wel even duren. We brengen ongeluk, want op de dag dat we kwamen was de stroom uitgevallen. Speciaal voor ons zou de generator draaien totdat alles weer was opgeladen. Pak Andry gaf wat geld voor benzine. Wij hadden gisteren ookal wat geld gegeven, want er was niets en er moest gekookt worden. Ik voel mij opgelaten. Het is luxe in een gebied waar weinig is. Maar ach, nu kon de Tv ook even aan, dus dat maakte voor de jongens ook weer wat goed.
Dinsdag 30 januari 2007
‘s Ochtends zijn we naar de school geweest van een van de kinderen hier. Het is een stille jongen die weinig lacht. Snel hem fotograferen en dan nog een klassenfoto.
De vertaalster die we mee hadden legde ons uit dat we kadootjes mee moesten nemen als we een school bezochten. Uh, oh. Nou die hadden we nog dus snel naar het weeshuis gesjeesd om te halen. Kleurpotloden, stiften, gekleurd papier, markers etc. Weer terug kregen we het idee dat er een beetje afkeurend naar werd gekeken wat er in de tas zat. In het busje vroegen we hoe ze het vond. Het was moeilijk, want zo goed sprak de vertaalster geen engels. Het was wel goed, maar we moesten iets meenemen waar de leraren ook wat aan hadden, een typemachine bijvoorbeeld....
We merken nu wel dat er toch een aardige vraagcultuur heerst hier. 1 jongen vraagt steeds als wij iets hebben, “for me?” Gisteren werd ik daar een beetje kriegel van, vooral toen we samen de tafeltennis spullen gingen kopen, hij wilde dit en dat en een radio en en en...Hij vroeg of we rijk waren. Ja, voor hun begrippen wel, maar voor Nederlandse niet. Ik voel mij niet meer op mijn gemak uit te geven.
Twee jaar na de tsunami maken wij deze vraagcultuur mee en we proberen ons in te beelden hoe het zou zijn voor de hulpverleners, die vlak na de tsunami hier waren. Toen was er helemaal niets. Ik kan mij alleen maar complete chaos inbeelden en veel geschreeuw om hulp. Alles was toen uitgevlakt. We zien nu de wederopbouw. Er worden overal huisjes gebouwd, wie dat heeft verzorgd wordt via een bord dik kenbaar gemaakt. Veel huisjes lijken leeg te staan, we vragen ons af waarom. Rondom de bouw zijn de straten een grote puinzooi, je kunt niet meer van straten spreken, maar van modderwegen. Het ziet er toch bovenal erg arm uit. Overal nog verdwaalde boomstronken en ander puin.
Ik voel veel respect voor de hulpverleners die hier vlak na de tsunami zijn gekomen om te helpen. Ook nu zie je nog veel auto's (veelal de duurdere trucks) rijden van de instanties. Maar verder merk je er niet veel van dat dit gebied nog onder een strikt toelatingsbeleid staat.
Er zijn nog steeds ook buitenlanders die meehelpen met de wederopbouw. We ontmoeten twee Amerikanen die hier bij aankomst in weeshuis Atjeh de jongens gezelschap hielden met wat gitaarspel. Zij zijn hier voor een maand om huizen te bouwen. Ze hadden gehoord dat er een weeshuis was en kwamen op bezoek. Lief.
Dinsdagmiddag zijn we op bezoek geweest bij de barakken waar de meisjes zouden zitten. Ik merk hoe snel dingen hier veranderen. Deel van de meisjes was ergens bij een oma ondergebracht, maar waar was niet duidelijk, een ander deel zat aan de overkant. Daar naartoe dus. We hadden nog wat kadootjes meegenomen en zouden die dan mooi kwijt kunnen. Op onze vraag welke meisjes dan naar het weeshuis zouden gaan was weer geen duidelijk antwoord beschikbaar. Ik begreep er helemaal niets meer van. We liepen een verzamelgebouwtje in waar een paar kindjes zaten en 1 daarvan zou naar het weeshuis gaan. Wendy begon met het uitdelen van ballonnen en de gretige handjes graaiden in het zakje. Toen het duidelijk was dat er wat te halen viel, kwam de rest aanlopen. We werden aan onze arm getrokken en getikt, hier baby, baby ook, en dat ook en dat. Opbergen maar weer de spullen. We gaven de spullen aan onze begeleider die het maar naar beste inzicht moest verdelen, die gaf het vervolgens weer aan 1 van onze begeleiders en medewerker van het weeshuis. Als eerste werd er door de staff druk in de tas gekeken en gegrabbeld, ongelofelijk!! Maar er zat niets van zaken bij voor volwassenen, op een pen na, die eruit werd gehaald. De rest was zo verdeeld, zelfs het pakje vouwblaadjes werd opengescheurd en per paar blaadjes verdeeld.
We bleven maar staan en ik begreep niet wat er gebeurde. Toen ik aan onze Engelssprekende begeleidster vroeg wat er nu gebeurde zei ze dat er een paar meisjes uitgenodigd werden om naar Weeshuis Atjeh te komen. Ik zei dat ik daar helemaal niet over kon beslissen, ik sta daar helemaal los van, hoe konden ze dat nou doen? Ik wilde daar acuut weg. Het huilen stond me heel na. Wat een toestanden.
We vervolgden onze weg, eerst naar het weeshuis van Ibu Dewi om de laptop achter te laten om te kunnen laden. Ze vonden het weer leuk dat we kwamen. Natuurlijk meteen weer poto, poto, miss. Even snel wat gemaakt. De broodjes van die dag stonden nog klaar om opgehaald te worden, dus we kochten snel 50 broodjes voor Weeshuis Atjeh en vooral voor onszelf, want dit waren echt de beste broodjes in town.
Bij aankomst bij weeshuis Atjeh groot plezier! De elektriciteit deed het weer! Oh, luxe. Overal licht. Nadeel, ook overal muggen nu. Wendy haalde de klamboes tevoorschijn en we hebben professorisch de klamboes opgehangen. Daarna de laptop weer opgehaald en naar hartelust genoten van de elektriciteit Eerst maar eens de langverwachte e-mail sturen.
Woensdag 31 januari 2007
De nacht was best goed, zo zonder muggen die om ons heen zoemen. Wel minder is dat elke ochtend om 5 uur braaf de luidsprekers van het dorp aangezet worden voor de oproep tot bidden. Hoe heet dat eigenlijk, Wendy? “Janken”, zegt ze resoluut en we moeten lachen.
Vandaag geen afspraken, maar de hele dag computeren gepland. Foto's sorteren. Beetje fotograferen tussendoor en weer sorteren. We schieten aardig op.
Er gebeurt verder niets spannends hier.
We liggen tussendoor wat op bed en praten met de tjiktjaks in onze kamer. Ze maken een schattig hoog ratelgeluid, net alsof ze wat willen zeggen.
Ook nog even een wandelingetje gedaan in de buurt. Natuurlijk overal weer geroep en getoeter, al weten we niet of dat getoeter ook voor ons is omdat het zo regelmatig gebeurd. We moeten van die en die en die buurtbewoners een foto maken. Een schattig klein meiske staat op een berg zand en de moeder roept poto, miss. Het meiske draait zich snel om en begint meteen te huilen, ach gos.
In de avond werden we bij de buren gevraagd. Kom even kijken begrepen we. Daar zat de hele familie voor het huis te zitten en een beetje gitaar te spelen. We hadden een meisje een potje bellenblaas gegeven en dat vond ze prachtig, ze gierde het uit. Maar 1 stap dichtbij en ze zette het op het brullen, ik begrijp het, die blanken zijn maar rare wezens. Al snel werd er ook gevraagd of ik foto's kon maken, ach kost niets en het meisje is wel een vreselijk fotogeniek dotje.
Snel daarna kwam de volgende vraag. Uit zoveel we konden begrijpen verstonden we dat een snaar van de gitaar die ze hadden kapot was en of we een nieuwe wilden kopen. Ik vind het toch wel erg ongewoon, dat constante vragen.
We hebben wel geleerd, nooit wat viavia geven, altijd direct, anders wordt het waarschijnlijk voor zichzelf ingenomen. Het probleem is dat er niemand engels praat, op een paar woorden na. Je kunt dus ook niet even tekst en uitleg vragen.
Donderdag 1 februari 2007
’s Middags waren we uitgenodigd weer een ander weeshuis te bezoeken.
In het kantoor aangekomen ontmoeten we Paua, die we elke avond bij weeshuis Atjeh zagen, maar geen engels sprak, dus we wisten niet wie hij nou precies was. Blijkt dus best een hoge meneer te zijn. Er was een engelse tolk aanwezig en die sprak echt goed engels, gelukkig, eindelijk weer even kunnen praten met iemand. We kregen uitgelegd over de stichting daar, daarna gingen we naar een weeshuis in aanbouw. De kinderen sliepen nu in vreselijk vervallen bouwsels van hout. We gingen praten met de leiding van het weeshuis. We kregen al veel te horen over de Indonesische politiek en de tsunami kinderen. Er schijnen er 200.000 te zijn. Onder de 5 jaar werden de kinderen veelal door familie opgevangen en die wezen werden financieel ondersteund door organisaties als UNICEF. Ouder dan 5 jaar kwamen veelal in weeshuizen.
Over de politiek was geen goed woord gevallen, die schijnt vreselijk corrupt te zijn. Geld dat voor de tsunamislachtoffers was, is gebruikt door de rijkere politici voor hun eigen wederopbouw. Het weeshuis kreeg geen voedsel meer van het wereldvoedselprogramma. Op onze vraag waarom, moest hij het antwoord schuldig blijven. Het werd ook weer geregeld via politiek.
De leiding had zich nu in de schulden gestoken om nog eten te kopen. Om de 100 kinderen die daar zitten te voorzien van eten, is per dag 50 kg rijst nodig (ongeveer 35 euro). Om een weeskind per maand te voorzien in levensonderhoud is 50 euro nodig (eten, school, kleding, medische verzorging etc). Er werd met ons gesproken alsof wij degenen waren die voor hulp konden zorgen. Helaas moest ik toen uitleggen dat ik geen sociaal werker ben en ik niets kan en ga beloven. Het enige wat ik kan doen is dit verhaal vertellen en misschien is daar iemand of een bedrijf die hiervoor wat wil doen.
Hij kon dat accepteren, want het geld dat nu was binnengekomen om de gebouwen te bouwen was ook via doorvertellen geschonken.
Wat wij wel zien is dat als er iets opgebouwd wordt met rechtstreekse hulp vanuit een ander land het voorspoedig verloopt, wat via overheid verloopt gaat stroef.
We mochten een kijkje nemen in 1 van de slaapgebouwen. Dit was het ergste wat ik tot nu toe heb gezien. Beeld je een kippenren in, maar dan met stapelbedden voor mensen. Een schuur met rijen en rijen stapelbedden. Het rook er vreselijk. Dat was weer heel hard slikken. Ik bleef maar leuk lachen en zwaaien naar de kinderen die giechelden en snel wegdoken als ik naar ze keek. Het bleven vooral toch ook kinderen die zich vaak verrassend snel aanpassen aan de situatie. Meer dan wij volwassenen kunnen doen.
Ik kan alleen maar hopen door dit verhaal te plaatsen met een foto erbij dat er iemand is die hierin wat wil doen.
Bij weeshuis Atjeh was Andry er, eindelijk even van alles vragen. We willen de kinderen morgen een afscheidsmaal geven van iets wat ze niet vaak eten, pizza. Er moest natuurlijk gevraagd worden of ze dat wel lusten/willen. Twee oortjes luisterden mee en twee oogjes lichtten op, jajaja pizza! Zo schattig, een andere lust liever KFC, dus dat wordt het, pizza en KFC.
We hebben gevraagd wat Andry doet, journalist, politiek iets en bouwengineer. We leerden meer over Weeshuis Atjeh en hoe het tot stand was gekomen. Het land is geschonken. Stichting Weeshuis Atjeh heeft het geld voor de gebouwen verzameld en deels het eten en de rest komt van andere lokale stichtingen.
Andry hoopt verder ook op een uitwisselingsprogramma voor een paar jongens. Daar zijn natuurlijk organisaties voor en ik zal daar thuis eens induiken voor hem.
’s Avonds weer het nodige vragenuurtje. Ik begreep dat dit vooral na de tsunami is ontstaan. Er waren zoveel westerse hulpverleners die gaven en gaven omdat er zoveel nodig was. Die cultuur is er nog steeds.
Ik vind het moeilijk om te kiezen wat wel en wat niet, ook vanmiddag bij het andere weeshuis, kopen we nu wat rijst of niet? Maar als we voor iedereen nu gekocht hadden wat ze graag wilden of nodig hadden, hoe klein dan ook dan waren we al honderden euro kwijt. Waar begin je, waar eindig je, er is namelijk nooit genoeg. Ik zou zo graag willen weten van anderen met meer ervaring hier, hoe of wat. Ik blijf telkens switchen tussen wat ik zou doen als ik in de andere positie stond, maar ik kan mij daar eerlijk gezegd geen voorstelling van maken. Ik ben nu eenmaal zo anders opgegroeid. Op dit moment wil ik weg hier, naar huis, mijn tweeledige gevoel trekt enorm aan mij, waar doe ik goed aan, waar niet, waar doe ik goed aan, waar niet...
Vrijdag 2 februari 2007
We zijn vandaag weer naar ibu's weeshuis geweest om de laatste foto's van de kids te maken. Onderweg gestopt voor een lading fruit voor ze. Dat werd met veel plezier ontvangen en wij ook. Het werden allemaal weer kleine giechelende meisjes. Poto poto, die met die en die met die. Ik had een lijst gemaakt met de kinderen die nog niet of te weinig foto's hadden, maar werd daar steeds lekker van afgehouden door de huppelde en giechelende kids en wilden dan weer zo en daar weer zo op de foto. Ze hadden de grootste lol en zelf de starste van het stel was nu gewillig om met mij wat te doen. Hier doen we het voor. Ik weet zeker dat de fotoalbums hier goed terechtkomen. Toen Wendy zondag het hoe of wat uitlegde van onze komst en dat ze hun fotoalbum kregen werd er hard gejuicht. Ja, het zit wel goed. Het was weer een heel gezellige dag
Ik heb nog geprobeerd te helpen met het brood te bakken, maar ik kon er geen brood van bakken. Het leek gemakkelijk, gewoon slaan met het deeg en oprollen, hmmmm, nee, maar na de tweede poging ging het al beter. Maar het was natuurlijk grote hilariteit onder de mannen.

Onderweg terug naar weeshuis Atjeh bleven Wendy en ik maar denken aan het vele vragen, we zochten naar het antwoord op de tweestrijd; wel geven, niet geven. Het antwoord kwam bij Wendy plots op. We hadden al eerder meegemaakt dat we 1 jongen een appel extra gaven, wat geen goed idee was geweest. Als je 1 iets toestaat kun je het niet maken de anderen te weigeren. Het feestmaal was voor iedereen. Het fruit was voor iedereen. Daar konden we gelukkig wat mee en we gingen die avond dan ook vol goede moed naar de Pizza house en KFC om in te slaan. Natuurlijk leverde dit veel vragende gezichten op. Een auto vol kip en pizza. We moesten er zelf erg om lachen. De tafel werd heel netjes gedekt en iedereen kreeg zijn eigen pakketje. Het was de eerste keer dat we samen aten. Een geweldig gezicht. Helaas daarna geen afscheidsfeestje, want eten op, jongens weg. Ik kon ze net bij elkaar krijgen voor een groepsfoto en daar moesten we het mee doen als afscheid.
Zaterdag 3 februari 2007
De dag van vertrek. 's Morgens om 5 uur ging ons “dorpsalarm” weer af, maar wij bidden niet, wij willen slapen!
We gaan naar huis! Ja, ik ben er helemaal aan toe. We ploegden onze spullen door om alles wat we niet meer nodig hadden achter te laten. We vonden nog enkele kinder kadootjes en liepen een rondje om dit aan kinderen in de buurt te geven. Kleding die Wendy had meegekregen ging naar de twee dames die daar werkten. Daar waren ze blij mee, maar het meest blij waren ze met de twee hoofddoeken die wij hadden gebruikt tijdens ons verblijf daar. Er kwam zelfs een klein vreugdesprongetje aan te pas.
Toen kreeg Wendy toch nog een verzoek van 1 van de jongens. Of hij geld (5 euro) kon krijgen voor sandalen, hij had geen sandalen meer. En daar ga je weer, doe ik hier goed aan of niet. We hielden ons dom dat we het niet begrepen en lieten hem opschrijven wat zijn verzoek was en zouden het laten vertalen door Andry.
Toen wij onderweg waren naar de luchthaven gaven we het briefje en hij bevestigde ons vermoeden van wat goed was. Als je 1 iets geeft, dan allemaal. Hij zou er voor zorgen dat alle jongen nieuwe schoenen kregen. Toch blijft het moeilijk, dat er geld voor schoenen wordt gevraagd.
Bij de luchthaven nog wat gegeten met Andry. Er werd een schaaltje met heerlijke geitenhoofd voorgeschoteld, uh nee, ik eet ‘s morgens liever fruit...
Op de luchthaven werden we natuurlijk weer besprongen door de nodige bagagejongens. Maar we waren op weg.
Zondag 4 februari 2007
Weer in Nederland. Bij aankomst stonden mijn meiskes en man op me te wachten met slingers en ballonnen. Wat ontzettend lief. Het was heerlijk om weer thuis te zijn en ze te knuffelen.
Napratend over alles met de familie zijn mij verschillende dingen duidelijk geworden. Niets kan zoveel zeggen als je het niet met eigen ogen hebt gezien en het hebt meegemaakt. Alles wat ik wist over de Tsunami was niets met het gevoel wat ik ervaarde het te horen van slachtoffers en het zien van de erbarmelijke omstandigheden van vele wezen. Natuurlijk hebben sommigen het goed, voor hun maatstaven, maar er zijn er nog meer die een groot tekort hebben. Ik kan niet voor iedereen direct wat betekenen, maar ik weet wel dat er nog veel werk te verrichten is.
Ik merk wel nu ik thuis ben dat er wat in mij is veranderd. Omdat mijn ervaring moeilijk in woorden is te vatten, zal ik tijd nodig hebben om alles een plekje te geven.
26 december 2004 werd een stuk land van 4 kilometer overspoeld en alles erop weggespoeld door een golf, waar je je absoluut geen voorstelling van kunt maken. Nu twee jaar na dato is er nog veel te doen. Ik hoop dat er mensen zijn die de bereidheid hebben om iets te doen. Ikzelf had nooit verwacht wat ik daar zou tegenkomen en wat het met mij zou doen. Ik heb het gezien en ervaren. Ik heb mij bijzonder welkom gevoeld door de mensen van Atjeh. Hun islamitische geloof en mijn westerse geloof stonden naast elkaar, met respect en bereidheid naar elkaar te luisteren. Ik heb mij veilig en vertrouwd gevoeld. Het is een mooi gevoel en ik zal dat nooit vergeten. Mijn wereld is nog groter geworden en ik hoop dat de mensen om mij heen met mij meegroeien.