There are no translations available.

Uganda 

Na een vliegreis van Amsterdam naar Entebbe in Uganda en daarna een binnenlandse vlucht naar Moyo in het noorden van Uganda, maken we op vrijdag 12 januari 2007 in de middag voor het eerst kennis met de kinderen van het weeshuis in het vluchtelingenkamp Alere 1.
Thomas, pastoor en ‘vader’ van deze weeskinderen is onze begeleider en samen met hem én een arts zullen we deze kinderen een aantal keren ontmoeten tijdens ons verblijf.

Zodra de jeep stopt drommen de kinderen om de auto heen en vergapen zich aan twee Mundo’s (blanken). Allemaal wel heel nieuwsgierig, toch ook een aantal afwachtend en in de startblokken om zich af te wenden of weg te lopen.
Als we uitstappen creëren ze een kleine afstand, nét genoeg om de grond te kunnen zien waarop we lopen. Meer is er niet zichtbaar, een grote golvende menigte van bruine hoofdjes, meedraaiende ogen en krioelende handjes beweegt met onze bewegingen mee.
Elke beweging van ons wordt geregistreerd, elke handeling bekeken.
Thomas staat bij een lange statige man. Hij heeft een beetje stroeve uitdrukking op zijn gezicht en stelt zich voor als het hoofd van het weeshuis en heet ons welkom. Onze komst en bedoelingen zijn bekend, als we willen fotograferen, krijgen we daar alle vrijheid in.
Dat laat ik mij geen twee keer zeggen en haal mijn camera te voorschijn. Eerst maar wat foto’s in het algemeen maken, van de omgeving en de grote groep kinderen.

ImageDe arts gaat in de schaduw zitten en raakt in gesprek met één van de twee ‘mami’s’. Mami’s verzorgen de kleintjes, passen op, troosten bij verdriet en koken de maaltijden voor dit weeshuis. Een kleutertje staat er bij en wordt tijdens het gesprek onderzocht, het heeft malaria.

Bij elke voetstap die ik zet voel ik de ogen en beweegt de groep mee. Ik kijk naar Maaike en we besluiten samen dat het tijd is om de kinderen te vermaken en meer op hun gemak te stellen. Steeds als ik een foto wil maken, kijken ze mij recht aan met hun grote bruine ogen. Ze willen ook elke keer het resultaat zien en lachen om het plaatje wat ik heb gemaakt.
ImageIn mijn tas zitten zakjes met ballonnen. Als ik het zakje open, verdringen de kinderen zich om mij heen. Maaike ziet het, legt het vast op film. De eerst vier ballonnen kan ik nog netjes uitdelen, daarna worden de kinderen steeds gretiger, gehaaider en hebberiger, de ogen worden donkerder.

ImageIn no-time zie ik de ballonnen tussen mijn handen wegglippen….maar de hoeveelheid kinderen die nog een ballon wil, blijft gelijk. Het zakje is leeg, 40 ballonnen zijn verdwenen en nog staat een grote groep kinderen te kijken of ze een ballon krijgen.
Het hoofd van het weeshuis verblikt niet, zegt op kleurloze toon dat er waarschijnlijk kinderen in de groep staan die inmiddels al wel een ballon hebben, of zelfs twee, maar gewoon wéér komen vragen, blijven staan en hun hand ophouden.

ImageMijn naïeve geest…hoe kón ik bedenken dat deze kinderen netjes hun beurt zouden afwachten, heel keurig één ballon zouden aannemen en opzij zouden gaan voor het volgende kind wat nog niets heeft….
Deze kinderen hebben de afgelopen jaren dagelijks moeten vechten voor hun bestaan, voor eten, een slok water, voor een stel slippers, voor een slaapplaats…. Voor álles. Als hen iets wordt gegeven, zullen ze het bevechten en niet afgeven.

ImageGelukkig heb ik nog een paar ballonnen. Maaike en ik nemen er beiden een paar in de hand en blazen ze op, gebaren de kinderen dit ook te doen. Want al hebben ze een lege ballon uit mijn hand, velen hebben nog geen idee wát eigenlijk de bedoeling er mee is! Het opblazen is al een hele kunst, regelmatig floept de lege ballon in een vaart uit een kindermond. Het vergt wat gebaren en uitleg met mimiek hóe nu zo’n ballon gevuld kan worden met lucht.
Hilariteit als ik een ballon ook nog kan laten piepen, en ‘fluiten’ door de lucht er weer uit te laten lopen en het ventieltje iets dicht te knijpen. Ze proberen het ook, het lukt…!
Een ballon dichtknopen en in de lucht gooien en daarna weer opvangen is ook heel leuk om te doen, al is het voor hen even heel onbegrijpelijk dat de piepgeluidjes dan niet meer mogelijk zijn door het knoopje wat in het ventieltje is gelegd…..

ImageLangzaam dwaalt de aandacht van de kinderen mij af en kan ik mij enigszins vrij bewegen in de groep kinderen. Wat een prachtige kleuren in de middagzon! Het spettert gewoon van mijn lens af en ik geniet intens. 
  
Het loopt al tegen half zes als we uiteindelijk naar Adjumani terugkeren, waar wij slapen. Tot ongeveer zeven uur in de avond is het licht, daarna wordt het in een snel tempo aardedonker en kan je geen hand voor ogen zien. We hebben het werkelijk gedaan, een hand voor je ogen houden op ca. 10 cm. afstand maar je ziet écht helemaal niets!

Een bruiloft in Uganda 13 januari 2007

Als ‘witte’ gasten zijn we uitgenodigd door een vriend van Thomas om aanwezig te zijn bij zijn bruiloft. We zijn erg benieuwd hoe een dergelijke gebeurtenis zal plaatsvinden. We zijn inmiddels aardig gewend aan de way of life en kijken er dan ook niet helemaal van op dat de voltrekking een aantal uren later zal plaatsvinden dan in eerste instantie was afgesproken. Alles gaat hier in een ander tempo, relaxed en easy en we merken dat aanpassen daaraan best makkelijk gaat.
In korte tijd zie ik de betrekkelijkheid van onze westerse maatschappij met alle luxe, snufjes en vernuftigheden. Jezelf wassen gaat heel goed met een laagje water in een teiltje en met behulp van een bekertje. Je wordt er (écht waar) óók schoon van. Voor het eten heb je (heel handig) áltijd je bestek bij je: je vingers. En nee, dat is niet vies.

ImageIk heb gezien dat men juist heel schoon is op zichzelf. Meerdere keren per dag worden wij in de gelegenheid gesteld om onze handen te wassen met water en zeep…na een begroeting van een groep mensen, die ons allemaal de hand wil schudden, wordt ons gevraagd of we het prettig vinden om even onze handen te wassen. Vóór iedere maaltijd, hoe klein ook, of voordat de thee geschonken wordt, gaat er een jonge vrouw of meisje rond met een kan met water, zeep en een teiltje.

Er is een grotere saamhorigheid bij de mensen. Door het warme klimaat leeft men uiteraard vrijwel altijd buiten maar zoekt men elkaar ook op, delen het leven met elkaar en ontstaat er een hechte groep. We begrijpen uit de verhalen vanuit het weeshuis en van de arts dat een jongen van ongeveer 12 jaar al in staat moet zijn om zijn eigen huis te kunnen bouwen en een meisje van die leeftijd een maaltijd moet kunnen bereiden voor ca. 20 mensen.
De hutten zijn rond en staan vaak in groepen. Er is dan één kookplaats waar de vrouwen, jong en oud de maaltijden gezamenlijk koken, al wordt de maaltijd niet vanzelfsprekend gezamenlijk gegeten. Het eten bestaat voornamelijk uit rijst of tarwemeel waarvan men door toevoeging van water een soort superdikke broodpap van heeft gemaakt. Verder staat er vis (Tilipia) op het menu, of geitenvlees. Vooral over de vis zijn wij zeer te spreken! Van de geit worden vrijwel alle onderdelen gebruikt voor in het eten.
Het bruiloftsmaal van vandaag bestaat uit diverse gerechten met geitenvlees, waaronder ook een gerecht waarin uitsluitend de ingewanden van de geit worden gebruikt. Het smaakte mij heerlijk, moet ik erkennen…..
ImageDe werkelijke huwelijksvoltrekking vindt uiteindelijk plaats op het heetst van de dag en duurt in totaal drie uur. De drie uur worden gevuld met het hartstochtelijk zingen van een koor, beurtelings staand of zittend, kleine toespraken van geestelijken en andere genodigden en naar het veelvuldig herhalen van liederen die gezongen worden.
Voor mijn westerse oren klinken de liederen prachtig en vol ritme en klap ik net als alle aanwezigen mee, maar na anderhalf uur is mijn energie vrijwel volledig verdwenen in de warmte, terwijl het koor en de aanwezigen er nog lustig op los zingen en dansen.

Van het bruidspaar is de wederzijdse familie aanwezig, evenals veel, heel veel  dorpsgenoten. Ze zijn de hele dag aanwezig en vullen de heuvels waar de dienst wordt gehouden. Men heeft zeilen gespannen vóór de grote hut die als kerk dienst doet, ook daar is het vol. De vrouwen uit beider dorpen maken voor die avond een geweldige hoeveelheid eten.
Een lange rij wachtende mensen in kleurige kleding slingert zich over de heuvels, wachtend met een gekleurd bord in de hand, dansend en zingend op de muziek die in de open lucht wordt gespeeld. Het bruidspaar heeft iedereen uitgenodigd om deel te nemen aan het feestmaal. Een feestmaal voor naar schatting 400 aanwezigen……..

Blijdschap en dank; 14 januari 2007

Vanmorgen zullen we een kerkdienst bijwonen bij het weeshuis. We worden verwacht om 09.00 uur klaar te staan, dan zullen we met de jeep vertrekken naar Alere 1. Helaas blijkt de jeep een lekke band te hebben en moet deze eerst verwisseld worden, iets waarvoor de hulp ingeroepen wordt van een automonteur. Door dit mankement verwacht ik dat we veel te laat in Alere 1 aan zullen komen of zelfs de kerkdienst zullen missen.
Ook hierin bemerk ik de Afrikaanse stijl en mijn westerse denken. De weeskinderen, het hoofd van het weeshuis, de genodigden en passanten, hebben gewacht tot wij zijn gearriveerd, al is dat uiteindelijk bijna anderhalf uur later. Van verre horen we de muziek en gezang – net als de huwelijksplechtigheid gisteren. De wachtende tijd is gevuld met het zingen van geestelijke liederen. Als dát geen passie is….

ImageTijdens de dienst lopen de kleintjes in en uit, toehoorders buiten hangen door de ramen naar binnen om iets op te vangen van wat er zich binnen afspeelt. Er wordt een korte preek gehouden door een geestelijke die een belangrijke rol heeft vervuld in de onderhandelingen voor de vredesbesprekingen, nu twee jaar geleden. Ook nu wordt hij nog regelmatig uitgenodigd door internationale organisaties om te bemiddelen tussen de verschillende groeperingen. Ik begrijp dat hij zelfs door de UN regelmatig is uitgenodigd omdat hij kennis heeft van de verschillen tussen de vele stammen die in Uganda en Sudan leven. Een deskundig man dus. Net als gisteren wordt de gehele dienst vertaald in het Engels.

Na zijn preek spreekt het hoofd van het weeshuis en ook Thomas doet zijn woord. Allen spreken hun blijdschap uit dat er twee ‘zusters’ uit het verre Nederland zijn gekomen om op een bijzonder wijze hulp te bieden aan het weeshuis en aan deze vluchtelingen. Ik kijk naar mijn voeten….zó groot is mijn hulp niet…
Dan krijgt de arts, Denis het woord. Hij richt zich volledig op Maaike en mij.
Ook hij spreekt zijn blijdschap uit, spreekt zijn respect uit naar ons om ons werk, huis, land, familie en geliefden achter te laten en te reizen naar een land wat wij alleen kennen van horen zeggen om hulp te bieden aan mensen die niet bekend zijn.

En opeens wordt het mij te veel, voel de druk op mijn schouders. Er wacht mij een enorme taak als fotograaf. Nu, om foto’s te maken van de kinderen en straks, terug in Nederland mijn woorden en beelden over te brengen van wat ik heb gezien, gehoord en beleefd.
Nederland lijkt zó ver weg….te ver weg om ooit mijn gevoelens, indrukken en beelden goed aan over te brengen. De situatie in een vluchtelingenkamp kan je alleen begrijpen als je het zelf hebt gezien en gevoeld.
Nederland….mijn land, mijn thuis….hoe kan ik het ooit verwoorden wat mijn ogen zagen en mijn oren hoorden.
Het is een mengeling van vermoeidheid, stress en bewustwording van mijn taak, hier in Alere….ik loop naar buiten en laat mijn tranen vrij………

Image

Afscheid; 15 januari 2007

ImageHet gebouw waarin het gehouden wordt, heeft verschillende functies; op zondag als kerk, door de week als school, als de dokter langskomt is het tijdelijk in gebruikt als artsenpost. Niet alleen de kinderen van het weeshuis worden door Denis, de arts, onderzocht en begeleidt, maar ook kinderen uit de buurt weten, samen met een moeder, een Mami of een grote broer of zus, de weg naar het spreekuur van de dokter.
In tegenstelling tot onze Nederlandse regels en wetgevingen kan iedereen bij deze dokter terecht en zal hij ook altijd proberen een diagnose te stellen en, als hij voldoende heeft, medicijnen geven.
Vooral dat laatste is vaak het grootste probleem. Medicijnen zijn duur en niet erg lang houdbaar in de warmte. Denis heeft een bijzondere medicijnkast: een kartonnen doos.

ImageWe hebben de kinderen gisteren alles gegeven wat nog in de koffer zat: notitieblokjes, pennen, ballonnen, potjes bellenblaas, toverkrasblokken, een voetbal voor de jongens en natuurlijk aan de meisjes van het weeshuis de knuffel-eendjes die door ontwerpbureau Tas-Ka zijn gemaakt.
De kleine cadeautjes worden gekoesterd als grote schatten.
ImageMaaike heeft voor de jongens, die al wat groter zijn, haar nieuwe pakje speelkaarten meegenomen. Gisteren zagen we dat de speelkaarten waar zij mee speelden erg slecht was, grijs, grauw en aan alle kanten gerafeld. 
ImageDe jongens zijn er ontzettend blij mee! Bijna nét zo blij als de voetbal die ze gisteren kregen. We hadden geen pompje mee maar na een uurtje was de bal keihard en werd er een fanatiek potje voetbal gespeeld!
Deze De hele ochtend schiet ik nog wat plaatjes. 
 
ik vraag de meisjes of ik water mag halen bij de put met een jerrycan. Ik wil namelijk voelen hoe dat is, hoe dat gaat en of ik het kan. In de afgelopen dagen heb ik al zoveel vrouwen en meisjes zien lopen met van alles op hun hoofd en meest van de tijd zónder hulp van handen.
ImageDe meiden lachen en roepen naar elkaar en naar de jongens. Er worden jerrycans gehaald want ook Maaike moet er aan geloven. Ze rollen een ‘Titi’ voor ons, een opgerolde lap die ze op hun hoofd leggen ter bescherming voor het gewicht wat ze moeten dragen. We lopen de weg naar beneden af naar de put. Een grote groep kinderen volgt ons, andere kinderen komen op het geluid en het gelach af en kijken vanaf de heuvels langs de weg naar ons, twee mundo’s met een Titi in hun ene hand en een jerrycan in hun andere hand. Dit willen ze zien en meemaken, kijken of het ze lukt!
ImageHet valt mij op dat bij de pomp veel meisjes staan en weinig vrouwen. Blijkbaar is hier het water halen een bezigheid wat vooral de meisjes doen. Ze stoppen met hun werk en kijken naar ons. Eén van de weeskinderen wijst op een andere jerrycan in een rij. Allemaal al gevuld. We zetten de lege jerrycan op de grond en tillen de volle op. Behoorlijk zwaar!! Hoe krijg je dat met goed fatsoen op je hoofd…mijn armen reiken niet zo ver dat ik dat in één keer goed kan plaatsen maar één van de jongens, James helpt mij.

Achter me hoor ik Maaike zeggen dat het haar niet gaat lukken. Bij de eerst poging van de jerrycan op haar hoofd plaatsen draaide ze een klein stukje met haar hoofd en een spier in haar nek doet nu zeer. Ze wil wél de volle jerrycan meenemen maar dan op haar eigen manier.
Ondertussen voel ik het gewicht op mijn hoofd. Door het wiebelen klotst er wat water uit, over mijn rug. James kijkt of de Titi goed op mijn hoofd ligt en maakt gebaren dat ik kan gaan lopen als ik dat wil. Voorzichtig neem ik de eerste stappen, voel dat mijn lopen en houding niet goed zijn. Ik sta stil en probeer met mijn rug beter in balans te komen met het grote gewicht op mijn hoofd. James pakt mijn handen, die de jerrycan halverwege vast hebben, hoger naar boven. Hierdoor heb ik meer controle over het geheel en begin ik opnieuw met mijn terugtocht naar het weeshuis. Deze keer berg-op!

Het is een zeer zware klim en ik moet drie keer stoppen om mijn armen rust te geven. Het gewicht valt zo op je hoofd wel mee maar mijn armen zijn niet gewend om zó lang boven mijn hoofd te blijven en worden snel zwaar en moe. Gelukkig is James daar, die mij nauwlettend in de gaten houdt en de jerrycan dan éven van mijn hoofd haalt. Hij wil hem zelf dragen maar ik gebaar hem dat ik het water wil brengen tot aan de keuken van het weeshuis. Het voelt als een overwinning als ik de jerrycan uiteindelijk bij de keuken kan neerzetten en ik heb diep respect voor al die vrouwen en meisjes die dit dagelijks meerdere keren doen!
Het ‘feest’ is nog niet afgelopen…ze willen, nu ze hebben gezien dat ik met water op mijn hoofd kan lopen, ook wel zien of ik dat ook met hout voor de keuken kan…
Na een kwartier rust én een fles water (wat smaakte dát lekker zeg, na zoveel inspanning) loop ik naar de stapel hout waarmee men kookt. Ze hebben al hout bij elkaar gebonden en klaargelegd voor me. Ook nu helpt James mij bij het ‘opladen’ van de vracht. Dit is een stuk makkelijker in evenwicht te houden en vrijwel zonder moeite loop ik rond de voorraadschuur en de keuken, voordat ik het weer op de grote berg brandhout terug leg.

De jongens en meisjes van het weeshuis kijken me aan. Is het met ontzag, respect of gewoon met de gedachte “die is gék!”……ik weet het niet, maar ik voel mij erg goed. Heel even was ik voor een paar procent één van hen…

Tegen het middaguur moeten we afscheid nemen van deze groep kinderen, waarmee ik mij na een paar dagen al zo verbonden voel. Er wordt in het kerkje nog gezongen en gebeden voor ons. Voor een goede doorreis en later in de week een goede reis naar huis. Kinderen mogen zelf óók zeggen waar ze voor willen bidden en ze geven aan dat ze blij zijn dat wij even bij ze waren en blij werden van de kleine presentjes die we bij ons hadden. Dat ze ontzettend blij werden van de voetbal en dat ze gaan bidden om nóg meer ballen. Ik moet er om glimlachen….ik had mijn hele koffer we vol willen stoppen met voetballen, spelletjes, sokken, shirtjes, ballonnen en koekjes….

ImageEr wordt nog een groepsfoto gemaakt en dan is het écht tijd om in de jeep te stappen.

We gaan namelijk naar Sudan, waar deze kinderen oorspronkelijk horen te wonen. Door de langdurige oorlog in Sudan zijn enorme groepen mensen op de vlucht geslagen en hebben hier in Noord Uganda, in de vluchtelingenkampen, enige rust gevonden. Nu in Sudan de vrede is getekend, zullen ook deze vluchtelingen weer terug kunnen naar hun geboorteland. Dit heeft echter heel wat voeten in de aarde. Veel dorpen en huizen zijn vervaagd door de vernietigende oorlog. Voor veel weeskinderen zal een opvang geregeld moeten worden, in de vorm van een weeshuis.
Ook de wezen die ik in Alere 1 heb leren kennen, krijgen in Sudan een thuis. Er is een weeshuis in aanbouw, wat wij de aanstaande dagen gaan bezoeken.

Sudan; 16 januari 2007

ImageDe reis naar de grens gaat niet over gebaande paden. Er zijn kleine binnendoor wegen die sneller gaan maar wel veel slechter zijn dan de wegen tot nu toe. Vergelijk het met een karrenspoor tussen landerijen door hier in Nederland. Af en toe kom je dan een kuil of hobbel tegen maar met een beetje voorzichtigheid kan je er nog redelijk rijden met de auto.
Deze binnendoor weg is het veelvoudige daarvan! Het bestaat uit één en al hobbel, kuil en het is bijna niet zichtbaar waar de weg loopt, met uitzondering van de passages waar heel veel riet en struiken staan, daar wijken het groen en de struiken enigszins uit elkaar.
De wind wordt krachtiger en voelt droger en heter aan. Gemiddeld drinken we 3,5 liter water per dag om ons vocht op peil te houden. Overdag staat de thermometer vér over de dertig graden en komt angstvallig dicht in de buurt van de veertig…
Ver in de middag komen we bij de grens aan. We moeten stempels halen in achteraf hokjes en opnieuw kijken nieuwsgierige ogen ons aan. Ik raak er, in tegenstelling tot Maaike, al aardig aan gewend.
 
Het is redelijk snel geregeld en we rijden door naar de omheinde woonwijk (‘compound’) waar we die nacht zullen verblijven.
Er wonen daar ook Nederlanders. Zij willen de vluchtelingen helpen en begeleiden en maken ca. 60 kilometer landinwaarts een compound gereed waar onder andere het nieuwe weeshuis komt te staan. Alles is in aanbouw en valt op dit moment uiteen in verschillende projecten: de bouw van in totaal twee weeshuizen, een school voor volwassen onderwijs, een kliniek, meerdere woonhuizen en een gastenverblijf maar ook de mogelijkheid om aan de wegkant iets op te starten met verkoop van groenten en fruit wordt overwogen, getekend en uitgeschreven.
Morgen zullen we dit nieuwe onderkomen gaan bekijken. Vandaag is het daarvoor te laat.

Het nieuwe verblijf voor de weeskinderen 17 januari 2007

ImageWe rijden al spoedig in verlaten land. Zelfs mijn mobiele telefoon laat het afweten, geen bereik. In de heuvels en langs de weg zien we vrijwel geen mensen. Waar ooit huizen hebben gestaan, zien we nu ruïnes en leegte.
De natuur doet zijn best om dit alles weelderig te verbloemen en groeit en bloeit overal overheen en tussendoor. Zelfs in het droge seizoen en met deze temperaturen ziet de natuur er nog indrukwekkend uit.
Als we aankomen bij de nieuwe compound valt ons de bijzondere kleurstelling op: blauw met geel en roodbruin. De gebouwen die er staan vormen hierdoor één geheel. We rijden het terrein op en stoppen bij de woning van de twee Nederlanders die hier langere tijd zullen gaan wonen en werken. Hun huis is al aardig af, ze hopen er binnen enkele weken te kunnen gaan wonen.
Het weeshuis krijgt al aardig gezicht, de buitenkant staat en aan de binnenkant wordt de afwerking gedaan, daarna kan de inrichting beginnen. Voor het tweede deel van het weeshuis, waardoor ze in totaal 150 weeskinderen kunnen laten wonen, staat de fundering inmiddels al.

We krijgen een rondleiding over het grote terrein en horen wat er allemaal nog nodig is om het geheel draaiende te krijgen. Meubilair, keukens, een waterpomp…
Daarnaast is er natuurlijk ook veel klein materiaal nodig, keukengerei, lesmateriaal, matrassen, linnengoed etc etc.
Maar ook hulp in de vorm van deskundige mensen is heel welkom, zoals begeleiding voor de weeskinderen en helpende handen voor het verbouwen van gewassen….
Door mijn oogharen door kan ik zien hoe het er straks uit zal zien……een klein dorpje, selfsupporting onder de stralende zon in Sudan.
Er zal nog heel wat werk verzet moeten worden maar het enthousiasme is groots aanwezig!

Terug naar Nederland 19 januari 2007

Na tien dagen in Uganda en Sudan is voor ons de dag aangebroken dat we terug naar huis gaan. Gisteren zijn we vanuit Sudan weer terug gereden naar Uganda.
We bespreken op het vliegveld nog met Thomas hoe hij zijn toekomst ziet.
Hij kijkt er naar uit om in Sudan te kunnen gaan wonen met zijn vrouw en met Daniel zijn zoontje, met de weeskinderen die hem een klein beetje als ‘vader’ zien en met de kerk en de kliniek op steenworp afstand.
Er is nog heel wat nodig om dit volledig te realiseren, hij weet het maar heeft een groot vertrouwen dat het goed komt. Dit jaar zal een belangrijk jaar worden, zegt hij. Het weeshuis en het eerste woonhuis zullen af zijn en de kliniek zal zijn deuren openen. De bouw aan vrede zal doorgaan.
Zijn ogen stralen als hij er over praat. Zijn enthousiasme en zijn onomstotelijke geloof helpen hem door moeilijke tijden heen. Ook in de voorgaande nacht, toen we heel even hebben kunnen ervaren wat het is om in oorlogsgebied te verblijven, was zijn enthousiasme en geloof volop aanwezig. Ik heb geen twijfel gezien.

Onze reis zit er op.
Ik zit vol verhalen, beelden en emoties en het zal wel even duren voordat alles een eigen plekje heeft gekregen.
Straks, als ik thuis ben, zal ik met verwondering naar de kraan kijken, waar zonder problemen het frisse water uit zal stromen….met mijn ogen dicht kan ik de druppels voelen….


Mijn blik naar de wereld zal nooit meer hetzelfde zijn.